maandag, juni 29, 2009

Rocken in de Sneeuwbalkerk

De Braziliaanse Bola de Neve Church (‘Sneeuwbalkerk’) laat het Vaticaan zien hoe je jongeren naar de kerk lokt. Een surfplank dient als preekstoel en de hippe voorganger begint de dienst met een rockconcert.

God swingt bij priester ‘Rina’, surfkledingverkoper en oprichter van de Sneeuwbalkerk. En die boodschap slaat aan, zo blijkt in de afgeladen centrale tempel in São Paulo.

Het publiek, gekleed in sportschoenen, petjes en strakke spijkerbroeken, wordt opgezweept door een knallende rockband. ‘Heilig, heilig, heilig’, zingt Rina. De zaal brult mee. Er wordt gehuild, gelachen en geknuffeld in de kerkbankjes.

De Sneeuwbalkerk verspreidt zich rap onder Braziliaanse jongeren en is al vertakt tot in Rusland, Australië en India. Maar wat hebben een surfplank en een rockshow nog met geloof te maken?

“Het maakt niet uit welke brug naar God je gebruikt”, zegt Rina (35). “Jongeren moeten zich hier op hun gemak voelen.” De kerk houdt ook diensten op het strand en sommige filialen hebben een skatebaan tussen Gods muren.

Na een uur zingen en swingen springen de tl-lichten in de tempel aan. Terwijl de basgitarist aan zijn snaren blijft plukken, begint Rina te preken. Het is religieuze peptalk: ga studeren, val af, kom op voor jezelf. Via grapjes maakt hij duidelijk dat drank en seks voor het huwelijk taboe zijn.

Dan wordt de gelovigen gevraagd om een financiële bijdrage, waarbij minder druk wordt gezet dan in andere pinksterkerken. De Sneeuwbalkerk kan het zich permitteren, want er wordt goed bijverdiend aan de verkoop van cd’s en surfkleding.

Terwijl de vrouw van Rina nog een knalhard rapnummer zingt, schuift Nathaniel Guimaro (28) vijf realen (1,80 euro) in het geldbakje. “De Sneeuwbalkerk heeft me op het rechte pad gebracht. Ik kan mijn geld beter hier uitgeven dan aan bier en vrouwen. De kerk is serieus, maar de sfeer is lekker informeel.”


Nathaniel Guimaro en priester Rina (respectievelijk voor en achter het preekgestoelte)

Door de groei van evangelische kerken is Brazilië, het grootste katholieke land ter wereld, op weg een overwegend protestants land te worden. Als de trend zich doorzet, is dat in 2022 het geval. “God is bij ons levend. Hij is menselijk en dichtbij”, zo verklaart Rina het succes.

woensdag, juni 24, 2009

‘Hollandse mannen ruiken lekker’

Wat Braziliaanse voetballers zijn in Nederlandse stadions, zijn Braziliaanse travestieten voor de prostitutiewereld. Een vleug samba in de polder!

Een deel van de geschatte 75.000 Braziliaanse prostituees in Europa gaat als travestiet door het leven. Ons land is één van de populairste werkplekken. De Telegraaf vroeg zich in de tippelzone van São Paulo af waarom. “Hollandse mannen stellen nooit teleur. Ze zijn knap, welgemanierd en ze ruiken lekker.”

Restaurant Elenice is de ontmoetingsplek van de tippelzone in het centrum van de Braziliaanse wereldstad. Aan de bar zit een gemêleerde groep stamgasten van arbeiders, zakenmannen en travestieten. Als een opgemaakte kerel met een gapend decolleté onder een lange mantel binnenloopt, kijkt niemand op of om. Er is voetbal op tv.

De imposante gestalte is een 42-jarige metselaarszoon uit São Paulo en luistert naar de naam ‘Stefany Hyllari’. Met twee liter siliconen in de borsten trok de travestiet 3,5 jaar geleden naar Amsterdam.

Nu brengt ze (“ik voel me vrouw”) zich via de website www.travestisbrasil.com.br aan de – liefst Europese – man. Klanten te over, zo blijkt als de eerste drie afspraken niet doorgaan door haar werkzaamheden. Maar vanavond kan ze praten.

“Ik reisde naar Amsterdam voor een klant en we kregen een relatie. Zijn familie mocht me niet zien. Hij betaalde al die tijd een kamer in het Victoria Hotel voor me, tegenover het Centraal Station. Ik werkte op De Wallen achter de ramen en later als kapper.”

De gulle mecenas wilde trouwen, maar alleen als Hyllari volledig van geslacht zou wisselen. “Dat wilde ik niet. Ik vloog terug naar Brazilië, met 15.000 euro spaargeld in mijn kleren.”


´Stefany Hyllari´

Hoeveel Braziliaanse travestieten in Nederland werken, is moeilijk te zeggen. De meeste duiken bij aankomst de illegaliteit in en beginnen te werken via internet, weet Eva Berghaus. De Amsterdamse antropologe deed afgelopen maanden veldonderzoek in de travestietenscene van São Paulo.

“Er leven zo’n 15.000 travestieten in de stad. De meeste zijn ‘sekswerkers’, mede doordat ze moeilijk aan ander werk komen. En ze dromen allemaal van het beloofde land Europa. Nederland hoort met Italië, Spanje en Duitsland bij de populairste landen.”

Op de gebroken stoepen voor restaurant Elenice staat de ranke, koffiebruine ‘Marcinha Elegance’ volleerd te lonken naar langsrijdende auto’s. Beet! “Ik ben zo terug, schat.”

´Marcinha Elegance´

Tussen de motelbezoekjes door vertellen de travestieten waarom Nederland lokt. Ze zien ons land als een paradijs waar prostitutie een erkend beroep is, de politie hen niet lastig valt, ze relatief veilig kunnen werken (in Brazilië werden vorig jaar zestig ‘travestietmoorden’ gepleegd) en waar de vele Brazilianen in Amsterdam een sociaal vangnet bieden bij aankomst.

En niet in de laatste plaats: een land waar een klant tweehonderd euro betaalt voor een escortbezoek. In het centrum van São Paulo doet een ‘programa’ (een wip) achttien euro. “Je werkt hier op straat voor de prijs van een banaan”, aldus Hyllari.

Als voornaamste obstakel tot Nederland geldt de taaie paspoortcontrole op Schiphol. Braziliaanse toeristen hebben geen visum nodig (bij een verblijf van maximaal drie maanden), maar dat blijkt geen garantie voor toelating.

Volgens de marechaussee werden vorig jaar 138 Brazilianen teruggestuurd op Schiphol. Dat gebeurt bij voorbeeld als een travestiet minder dan de voorgeschreven 35 euro per dag meebrengt voor zijn ‘vakantie’.

“Wat zijn die Hollanders streng!”, mokt ‘Maggie’ aan de bar in Elenice. Eergisteren stond de travestiet nog op Schiphol. “Mijn hotelreservering was zogenaamd niet in orde. Ik had nog wel 2000 euro bij me. En ik droeg lage, discrete hakken. In september probeer ik het via Spanje.”

Volgens Berghaus stappen veel travestieten als man in het vliegtuig om geen argwaan te wekken. “Al is dat een vernederende ontmaskering na het jarenlang aanpassen van je lichaam.”

Soms reizen ze via een Schengenland met minder strenge controles naar Nederland. “Ze komen gemiddeld zo’n zes maanden werken in Europa. Van de verdiensten kunnen ze de rest van het jaar goed leven in Brazilië.”

Prostitutie wordt vaak in één adem genoemd met mensensmokkel. Maar de travestieten in hartje São Paulo peinzen er niet over om louche tussenpersonen in te schakelen. Ze reizen op eigen houtje en uit eigen wil. Gehard en gehaaid als ze zijn door het Braziliaanse straatleven, denken ze zich wel te redden in Europa.

Zo ook ‘Bruna Fenix’, de travestiet die zo lovend is over de geur van Hollandse mannen. De roodharige diva (27) paradeert door de tippelzone alsof ze al op een Parijse catwalk staat. Binnenkort reist ze alleen naar Amsterdam. Hoezo?

'Bruna Fenix'

“Voor de euro’s natuurlijk!”, zo lacht ze haar beugel bloot. “Ik heb goed verdiend in Europa, maar nu wil ik echt rijk worden. Dit werk doe je tot je 30e, 35e. Voor die tijd wil ik een landgoed, een vakantiehuis en een buffer om te reizen en studeren.”

De viertalige Fenix is van plan gewoon als vrouw te reizen. “Maar wel elegant, in een maatpak van Armani, met hoed. Mij houden ze niet tegen. Voor de zekerheid neem ik drieduizend euro mee. Kan ik meteen parfums en sieraden kopen in Amsterdam.”

Zo is Fenix niet de enige travestiet die in Brazilië laveert tussen sociale marge en een luxeleventje. Ze worden bespuugd en bemind door hun landgenoten. De ene travestiet wordt zomaar vermoord op straat, de ander is salonfähig op feestjes van bekende politici en voetballers. “We zijn ambulante fantasieën. Ze gebruiken je zolang ze zin hebben en dan word je afgedankt”, zegt Fenix.

Collega Hyllari ziet een belangrijk verschil met vrouwelijke prostituees. “Als iemand een vinger naar ons uitsteekt, slaan we ‘m in elkaar. Travestieten zijn niet zo nederig als veel vrouwen. Je moet sterk in je schoenen staan om dit leven te kunnen leiden.”

Later dit jaar keert Hyllari terug naar ons land. De gespaarde 15.000 euro ging op aan de ziekte van haar net overleden vader, die haar als 14-jarige nog uit huis zette toen ze uit de kast kwam.

“Het wordt tijd om een blonde Hollander te trouwen,” flirt hij. En als dat niet lukt? “Dan word ik een oude alleenstaande travestiet. Ik heb niemand nodig om gelukkig te zijn.”

zondag, juni 14, 2009

Column Krekels

Uit De Telegraaf.
-----------------------------------------------------------------------------------
Een lapje Amazonewoud voor jezelf, wie wil dat niet? Om dat te regelen geldt in Brazilië een klassieke truc. Het werkt als volgt. Eerst schrijf je op een rol blanco perkament in sierlijke letters dat die publieke grond eigenlijk al eeuwen bezit van jouw familie is.

Dan berg je die op in een lade of schoenendoos met wat hongerige krekels. De diertjes hun werk laten doen en ziedaar: een vergeeld eigendomsbewijs met afgeknabbelde randjes. Net echt! Nog even wat stempels zetten en klaar is João.

De gevleugelde term voor dit landjepik is 'grilagem', naar het Portugese woord voor krekel. Het bekendste geval komt voor rekening van ene Carlos Medeiros, een grootgrondbezitter die in werkelijkheid nooit bestaan heeft.

Toch bezat hij op een goede dag een stuk Amazonegebied ter grootte van Duitsland. Hadden zijn voorouders van de Portugese kroon gekregen, zo wisten oplichters 'aan te tonen' met hulp van wat krekels.

Door dit soort praktijken is de landverdeling in het Amazonewoud natuurlijk een puinhoop. Maar daar wordt aan gewerkt. Het parlement is akkoord gegaan met een pardonregeling die het pas twee jaar oude rurale kadaster op orde moet brengen.

Honderdduizenden privéclaims op land van de Braziliaanse staat (zo groot als Duitsland en Italië samen) worden in een klap gehonoreerd. Het gaat om percelen tot 1500 hectare. Daarvan worden de kleinere gratis weggeven en de grotere verkocht. Als zwart op wit staat wie welk stuk woud bezit, kan illegale houtkap beter worden bestreden, zo is het idee.

Maar milieubeschermers zijn woedend over het pardon. 'Dit is het krekeldecreet! Misdaad wordt beloond!' Toch zullen lang niet alleen malafide lieden profiteren. Veel kleine boeren die door de regering zelf naar de Amazone zijn gelokt, zijn na tientallen jaren nog steeds niet formeel eigenaar van hun land.

Het venijn van het pardon zit hem in de details. Zo hoeft de eiser niet op het geclaimde land te leven. Ook diepgaand onderzoek naar de papieren is niet nodig. En de grond mag na drie jaar worden verkocht. Ideaal voor krekelliefhebbers, aldus de groenen.

President Lula kan de scherpe randjes van het krekeldecreet komende week nog vetoën.