maandag, december 07, 2009

Reportage Cidade de Deus

Uit het blad van Amnesty International van deze maand.
-------------------------------------------------------------------------------------
Het is half elf ’s ochtends in Cidade de Deus, een sloppenstad achter het toekomstige Olympisch dorp van Rio de Janeiro (2016). Een groepje wijkagenten is met het goede been uit bed gestapt.

Opgewekt begroeten ze een bewoner die zijn auto staat te wassen. Ze worden genegeerd. Ook de buurman kijkt niet op of om. Bij een oude dame in een tuinstoel kan er net een knikje en een afgemeten ‘bom dia’ (goedendag) vanaf.

‘Ik begrijp de afstandelijkheid van de bewoners heel goed’, zegt kapitein Felipe Romeu, de politiechef van Cidade de Deus, een ‘favela’ (sloppenwijk) van honderdduizend inwoners.

‘De autoriteiten hebben zich veertig jaar niet laten zien. Dus waarom zou men geloven dat we ditmaal wel blijven? De drugsbende die de wijk in zijn greep had, heeft nog minderjarige verkenners rondlopen. Ze bedreigen mensen die openlijk met ons sympathiseren.’

Cidade de Deus (Stad van God) werd door de gelijknamige en gewelddadige film een icoon van de drugsoorlog in de sloppen van Rio. Veldslagen tussen bendes en politie waren er aan de orde van de dag. Maar sinds februari van dit jaar staat de wijk op zijn kop.

De politie heeft de soldaten van het Rode Commando (Rio’s grootste drugsfactie) verjaagd en een ambitieuze nieuwe aanpak op de wijk losgelaten: de ‘vredespolitie’.

Terwijl de politie haar aanwezigheid voorheen beperkte tot riskante invallen waarbij vaak geschoten werd, wordt er nu dag en nacht gepatrouilleerd door wijkagenten. Het geeft een veilig gevoel. Deze verslaggever kon rustig alleen met zijn camera de wijk verkennen.

De vredesagenten (die wel 'gewoon' zware wapens dragen) zijn net afgestudeerd en speciaal opgeleid om vriendelijk met de bewoners om te gaan. Ze worden geacht preventief en communicatief te werken, zonder geweld- en machtmisbruik, de mensenrechten indachtig.

Voor de militaire politie van Rio is dat een revolutionair concept. Geen stedelijke politiemacht ter wereld pleegt zoveel moorden (zo’n honderd per maand), veelal tijdens mistige ‘confrontaties’ in de favela’s. Geen stadspolitie wordt ook zo vaak zelf getroffen (er sneuvelen zo’n tien agenten per maand).

Agent maakt al vliegerend vriendjes

Met het binnenhalen van de spelen van 2016 werd het doorbreken van de geweldsspiraal een zaak van landsbelang. Een slag in de drugsoorlog is nu immers algauw wereldpers.

De veiligheidschef van de provincie Rio, José Mariano Beltrame, heeft het de laatste tijd dan ook erg druk met buitenlandse journalisten. Ook voor Wordt Vervolgd maakte hij tijd, een paar dagen voordat er bij gevechten in een sloppenwijk bij het Maracanã-stadion ruim veertig doden vallen.

‘Vooropgesteld: we kunnen vijftig jaar verwaarlozing niet inhalen in zeven jaar. De stad heeft al duizend favela’s. En het bijzondere aan de sloppen van Rio is dat ongeveer de helft in de greep is van drugsbendes en milities (criminele oud-agenten die de bevolking afpersen in ruil voor ‘veiligheid’, KK).’

Dan, realistisch. ‘Drugshandel houd je altijd. Maar die territoria moeten we terugwinnen. En daarna het vertrouwen van de bewoners. Vandaar de vredespolitie. We hebben goed geschoolde, humanistische (sic) agenten nodig. De derde fase is het bouwen van scholen, klinieken, riolering. Anders heeft de bezetting geen zin.’

Een jaar na de start is de impact van de vredespolitie nog vooral symbolisch. Ze heeft vijf favela’s onder controle: 1 procent van die bezette vijfhonderd. Maar volgens de plannen (die worden gesteund door de federale regering) moet dat aantal de komende jaren oplopen naar honderd. Daartoe zullen gaandeweg 12.000 extra wijkagenten van de opleiding druppelen.

Terug naar Cidade de Deus, het grootste laboratorium voor het nieuwe model. Op het centrale plein is het ’s avonds een gezellige boel rond de politiestandplaats. In barretjes wordt voetbal gekeken, er klinkt gezang uit een evangelisch kerkje en funkmuziek uit een internetcafé.

Bewoners Cidade de Deus

Uit een enquête is gebleken dat 90 procent van de bewoners wil dat de vredespolitie voor onbepaalde tijd blijft. Restauranthouder Aloizio is één van de weinigen die openlijk de lof zingt op de agenten.

‘Het is uitstekend wat ze doen! Er liepen hier jochies van tien met pistolen rond, verslaafd aan crack. De mensen durven weer uit te gaan.’ Hij is niet bang dat de politie weer zal vertrekken.

‘De Olympische Spelen zijn onze garantie. Een deel van de stadions ligt hier vlak achter. Politici kunnen Cidade de Deus niet meer uit handen geven.’

De machtwisseling heeft méér voordelen. Er is sinds februari pas één moord gepleegd. Ambulances en brandweer krijgen geen geweer meer op de voorruit als ze de wijk binnenrijden. Scholen functioneren nog steeds onregelmatig maar de lessen worden niet meer verstoord door schietpartijen.

‘De kinderen maken al minder schietgebaren bij het spelen’, merkt een directrice van een lokale crèche op. De huizen – in Cidade de Deus staan lang niet alleen maar krotten – zullen meer waard worden. Lokale middenstanders balen wel dat er minder drugsgeld in omloop is, al wordt er op kleinere schaal nog steeds gedeald.

Kritiek op de wijkagenten is er ook. Acteur Leandro Firmino (31), bekend als de meedogenloze drugsbaron ‘Ze Pequeno’ in de film Cidade de Deus, blijkt het ook in het echt niet zo op de politie te hebben.

Na zijn succes is hij gewoon in Cidade de Deus blijven wonen, in een rijtjeshuis op dertig meter van een open riool. ‘Die agenten denken al dat je een dealer bent als je met een rugzak loopt. Ze verbieden funkfeesten, ze zijn autoritair.’

Leandro Firmino

De Nederlandse favela-kenner Nanko van Buuren, van hulporganisatie Ibiss, is nog sceptisch. ‘Het is een goede poging om de politie dichter bij de mensen te brengen. Maar de vraag is hoe lang het duurt tot ook de vredespolitie corrumpeert. Het oude systeem is zo verschrikkelijk verrot. Om het politieapparaat op te schonen, heb je twee Bangu’s (de gevangenis van Rio, KK) nodig.’ Dit jaar zijn tweehonderd agenten van de oude garde ontslagen wegens wangedrag.

Een agent in Rio is met een beginloon van nog geen 400 euro een van de slechts betaalde dienders van Brazilië. Om de vredesagenten, die bewust worden gescheiden van de oude garde, te motiveren krijgen ze een bonus van 200 euro.

Daarnaast tracht men ook de mentaliteit van de oude garde (‘de beste criminelen zijn dode criminelen’) te veranderen. Zij krijgen 150 euro als ze een bijscholing volgen.

Mensenrechtenactivisten noemen het tegenstrijdig dat de politie in andere sloppen nog steeds louter repressief te werk gaat. Veiligheidschef Beltrame wijst die kritiek van de hand.

‘Het ontbreekt de politie aan mankracht om alle favela’s te pacificeren. Maar we kunnen de bendes niet hun gang laten gaan. Zo’n inval gebeurt alleen als we inlichtingen hebben over een drugs- of wapendepot.’

En hoe staat het met de derde fase: het urbaniseren van de favela’s? De regering van president Lula pompt miljarden in de sloppen van Rio. Voorlopig zijn het vooral grote, niet-gepacificeerde favela’s die ervan profiteren. In de sloppencomplexen Alemão, Manguinhos en Rocinha wordt onder het toeziend oog van de drugsbendes aan nutsvoorzieningen gewerkt.

Begin 2010 is Cidade de Deus aan de beurt. Er is 160 miljoen euro voor het opknappen van de rioolrivier, het vervangen van krotten en het bouwen van een technische school, een muziekschool, een polikliniek, een bibliotheek, een bioscoop, een theater en een centrum voor werk en inkomen.

Nu de gijzeling door geweld voorlopig ten einde is, kan de strijd tegen de armoede dus beginnen. De Olympische Spelen geven de werkgelegenheid alvast een welkome oppepper. Verder worden fiscale prikkels overwogen om bedrijven naar de favela te lokken.

Nu werkt ruwweg de helft van de bewoners van Cidade de Deus als portiers en bewakers in Barra da Tijuca werkt, de rijke Olympische wijk even verderop. De andere helft hangt rond of gaat bij voorbeeld iets stelen in datzelfde Barra, een klein-Miami van shopping malls en stranden.

Nog een hoop te doen

Is de prille vrede in een handvol sloppen de opmaat naar een minder schizofrene stad? Beltrame hoopt dat de rest van de stad de gepacificeerde favela’s zal omarmen. ‘Anders verandert er feitelijk niets. De politie doet daarom een oproep: kom naar de favela’s, ze horen bij Rio.’

zondag, december 06, 2009

Over gletsjers, Evo en kralen

Drie verhalen uit De Telegraaf van vandaag en gisteren.
-------------------------------------------------------------------------------------
De Chacaltaya is de favoriete Andespiek (5421 meter) van Bolivianen die de heksenketel La Paz even willen ontvluchten. Families rijden in het weekend naar boven om sneeuwpoppen te maken en flessen drank te offeren aan Pachamama (Moeder Aarde). Vroeger kon er ook geskied worden op de hoogste piste ter wereld.

De berg is intussen uitgegroeid tot een symbool van de opwarming van de aarde. In een jaar of dertig is de oeroude gletsjer onder de top bijna helemaal weggesmolten. Het is dus gedaan met de skipret. Op de top hangt de kabel van de sleeplift er werkloos bij. Twee serveersters in de Club Andino Boliviano schenken het Hollandse bezoek een kop cocathee tegen de hoogteziekte. Toeristen zijn er vandaag verder niet.

Edson Ramirez, de bekendste gletsjerwetenschapper van Bolivia, volgt het lot van de Chacaltaya op de voet. In de aanloop naar de klimaattop in Kopenhagen wordt hij plat gebeld door de media. Afgaande op de uitspraken die hij daarin doet, zullen alle gletsjers in de Andes tot 2050 verdwijnen. Dat zou een ramp zijn voor miljoenen Bolivianen en Peruanen die voor hun drinkwatervoorziening deels op gletsjers leunen.

“Mijn woorden worden vaak verdraaid door journalisten en milieuclubs met een politieke agenda”, vertelt Ramirez tijdens een dag veldwerk bij andere gletsjers buiten La Paz. “Ik heb nooit gezegd dat alle Andesgletsjers gaan verdwijnen. Wel zal de evenwichtslijn (waarop de gletsjer evenveel verse sneeuw tot ijs verwerkt als er ijs wegsmelt bij de gletsjertong, red) iets stijgen. De grotere gletsjers boven 5500 meter zullen standhouden. Maar voor de Chacaltaya is het te laat om zich te herstellen.”

Voor de duidelijkheid: Ramirez maakt zich welzeker zorgen over de krimpende gletsjers in de Andes. Sinds begin jaren tachtig zijn ze zo’n kwart van hun volume kwijtgeraakt. Tegelijkertijd steeg de temperatuur in de regio ruim een halve graad. Eén plus één is twee, zou je zeggen. Maar dat is volgens de gletsjergoeroe te simpel geredeneerd.

Edson Ramirez met op de achtergrond één van zijn smeltende onderzoeksobjecten

“Gletsjervorming is een complex proces, waarin temperatuur slechts één van meerdere factoren is. De crux is de neerslag. En hogere temperaturen betekenen niet automatisch minder neerslag. Hier in Bolivia is dat voorlopig wel het geval, maar in de Peruaanse Andes bij voorbeeld niet.”

De neerslag in de toch al kurkdroge regio valt wel steeds onregelmatiger. “Dat komt voor een deel door het vaker optreden van El Niño (perioden van droogte en warmte door opwarming van het oceaanwater), een natuurlijk fenomeen.” Kortom, Ramirez vindt de menselijke rol in het gletsjerleed nog lastig in te schatten.

Hoe dan ook hebben La Paz en de satellietstad El Alto te kampen met een groeiend waterprobleem. Tomas Quisbert, productiechef van waterbedrijf Epsas, constateert op de oevers van zijn belangrijkste stuwmeer (Tuni) dat het water historisch laag staat. Stuwmeren lessen 80 procent van de dorst van La Paz en El Alto. Zo’n 20 procent hiervan is smeltwater van gletsjers, de rest directe neerslag.

“Onze watercyclus is in de war en de steden blijven groeien. Als het zo doorgaat, gaat de kraan een keer dicht”, aldus Quisbert. Hij vertelt dat vroeger bij lange droogte wel eens een gletsjer werd opgeblazen, een tijdelijke en destructieve ‘oplossing’ die nu illegaal is.

Het bestuur van La Paz wil het probleem aanpakken door meer stuwmeren aan te leggen. In het uiterste geval overweegt het bewoners met zachte dwang te verhuizen naar neerslagrijke gebieden, zoals de Boliviaanse Amazone.
-------------------------------------------------------------------------------------
door Kieran Kaal
LA PAZ, zondag
In het Boliviaanse Andesdorp Asunta Quillviri stemt iedereen op president Evo Morales, die vandaag vrijwel zeker herkozen wordt.

De bewoners tonen zich in een kringgesprek onder de felle hoogtezon gematigd positief over hun socialistische leider. “Hij is de eerste in 184 jaar republiek die oog voor ons heeft”, zo opent een oude Aymara-indiaan de discussie in het gehucht dat leeft van lamawol en vlees.

“Hij is van ons bloed, hij weet hoe zwaar het leven op de hoogvlakte is. Maar voor een totale verandering heeft hij nog vijf jaar nodig. Of misschien wel vijftig.” Terwijl de mannen verder oreren, kijken vrouwen in bonte hoepeljurken en bolhoeden instemmend toe.

Voor de lang onderdrukte indiaanse meerderheid is hun ‘Evo’ een bevrijder à la Nelson Mandela. Maar dat lijkt wel erg veel eer voor een president die de tegenstellingen in zijn land voedt.

“Evo heeft de indianen weer zelfvertrouwen gegeven”, zegt Hernan Pacajes, directeur van Chakana, een organisatie die Aymara’s helpt met landbouwprojecten op de kurkdroge hoogvlakte. “Het punt is dat de discriminatie nu wordt omgedraaid. Evo wakkert de revanchegevoelens onder indianen aan."


Aymara in rode poncho (een teken van autoriteit

Toch weet Morales ook onder niet-indianen in de rijkere laaglanden menig stem te scoren. De oppositie stelt namelijk niets voor en de Boliviaanse economie doet het redelijk. Het armste land van Zuid-Amerika heeft dankzij hogere opbrengsten uit de genationaliseerde gassector een ongekende acht miljard dollar aan reserves in kas. De economie groeit dit crisisjaar met 3 procent. De explosieve groei van cocateelt en cocaïneproductie is daar volgens de VN mede debet aan.

De regering maakt zich verder populair met een reeks nieuwe uitkeringen. Zo zijn er ‘bonos’ voor ouders van schoolgaande kinderen, ouderen en zwangere vrouwen. In dorpen als Asunta Quillviri druppelen beetje bij beetje elektriciteit- en watervoorzieningen binnen. Ook is het analfabetisme sterk teruggedrongen.

Bolivia’s achilleshiel blijft het gebrek aan banen. Het werkloosheidscijfer is, officieel tenminste, 11 procent. Los van grondstoffen produceert het land vrijwel niets.

De regeringszetel La Paz, die tot op de laatste lantaarnpaal is beschilderd met pro-Evo-leuzen, is dan ook één grote marktplaats van informele straatventers. Morales belooft komende jaren werk te maken van de industrialisatie van het land.

De spanning zit hem vandaag bovenal in de verkiezingen voor de senaat, de enige institutie die de regering afgelopen jaren dwars zat. Als de socialistische partij van Morales tweederde van de zetels veroverd, kan hij snel een honderdtal wetten door het parlement drukken.

Dit ter invulling van de eerder dit jaar aangenomen grondwet die de wederopstanding van de indianen moet vormgeven. “De revolutie begint nu pas”, concluderen de bewoners van Asunta Quillviri.
-------------------------------------------------------------------------------------
“Rijke Braziliaanse vrouwen vinden het prachtig.” De Amsterdamse ondernemer Frans Kemper staat op de antiekmarkt van São Paulo een Oudhollands exportproduct te verkopen. “Kijk, deze ketting doet ruim duizend euro. Deels gemaakt van antieke Hollandse kralen, door de Fulani-stam uit Mali.”

Het kan verkeren. De – op zichzelf waardeloze – glaskralen waarmee Europeanen eeuwenlang goede zaken deden in overzeese gebieden, worden nu voor een leuk prijsje terugverkocht door Afrikaanse ambachtslieden.

De Amsterdamse glasmaker Jan Hendriksz Soop was in de 17e een belangrijke leverancier van onder andere de VOC. Zijn kralen duiken over de hele wereld (Indonesië, Afrika, New York, Sint Eustatius) op.

Aanvankelijk dienden ze als ballast op houten schepen, die op de heenweg (zonder lading) hoog op het water lagen. Toen bleek dat de kralen bij aankomst geruild konden worden voor slaven, specerijen en goederen, explodeerde de Europese glasindustrie.

“De koloniale kralen die in Afrika worden gevonden, komen allemaal uit Venetië, de Bohemen (het huidige Tsjechië, red) en Amsterdam. Dat waren de drie productiecentra”, vertelt Kemper, een voormalige Philips-directeur die zijn carrière in 2007 over een andere boeg gooide.

Hij koopt zijn kettingen in bij West-Afrikaanse stammen als de Dogon, de Touareg en de Fulani, in Mali. “Dat was in de Gouden Eeuw het logistieke handelscentrum van Afrika. Er kwamen dus veel kralen terecht. We merken wel dat ze schaarser worden door de grote vraag. We moeten steeds verder landinwaarts om zaken te doen. Sommige stammen breken hun graven zelfs open voor meer kralen.” De glaskralen worden niet meer gemaakt in Europa.

De tijd van uitbuiting van de lokale bevolking is voorbij, verzekert Kemper. “We betalen fatsoenlijke prijzen. We werken met het keurmerk van Fairtrade.”

Voor het topexemplaar van de collectie, de Fulani-ketting van een goede duizend euro, betaalde hij de stamleden “honderd à 150 euro. We hanteren normale winkeliermarges, maar we laten wel wat achter ter plaatse. Vergeet ook niet dat Brazilië een importheffing van 80 procent rekent op sieraden. Dat jaagt de prijzen omhoog.”

Gelukkig voor Kemper zitten de klanten op de antiekmarkt van Jardim Europa, de goudkust van São Paulo, niet krap bij kas.

maandag, november 16, 2009

Fawcett freaks

Column uit Wakker Nederland van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Waar kun je nog een avontuur beleven op deze plat getrapte aardbol? Mijn huisgenoot, een jonge Nederlandse leraar die iets beleven wil, wil het binnenkort proberen aan de zuidrand van het Amazonewoud.

Hij is op het idee gebracht door een recent boek over de legendarische ontdekkingsreiziger Percy Fawcett: ‘The Lost City of Z’. De Britse kolonel verdween in 1925 toen hij met zijn zoon en diens boezemvriend op zoek was naar een verdwenen Braziliaanse oerwoudstad. Tot op de dag van vandaag is het een raadsel wat er gebeurd is. Vermoedelijk maakten indianen het trio een kopje kleiner.

Fawcett, die in de verfilming van het boek zal worden gespeeld door Brad Pitt, was een beroemdheid. Sterk als een leeuw, handig als een indiaan en onverzettelijk als een ezel zette hij de wildernis van Zuid-Amerika naar zijn hand. Hij bracht gebieden in kaart waar geen blanke ooit voet had gezet.

“Hij baande zich niet zomaar een weg door het bos, nee, hij sloeg wild in het rond met zijn machete, alsof hij door bijen werd gestoken”, staat in het boek te lezen.

Sinds de verdwijning traden talloze avonturiers in de voetsporen van de Britten. Naar schatting honderd ‘Fawcett freaks’ vonden daarbij ook zelf de dood. In 1996 probeerde een Braziliaan het nog met een expeditie per vliegtuigje. Hij werd gegijzeld door indianen en ontsnapte ternauwernood aan een lynchpartij.

De schrijver van het boek, David Grann, heeft meer geluk. Het gebied waarin Fawcett zich stuk liep, het huidige Xingu-reservaat, is door de sloop van het oerwoud steeds makkelijker te benaderen. Een groep Kalapalo-indianen brengt hem binnen. Deze stam zegt Fawcetts laatste rooksignalen te hebben gezien, boven het territorium van andere, als vijandig bekend staande indianen.

Grann ontmoet ook een Amerikaanse archeoloog die resten heeft gevonden van een verrassend complexe nederzetting in het oerwoud, compleet met muren, wegen, bruggen en veel potscherven. “Arme Fawcett, hij was zo dichtbij.”

Het blijft evenwel gissen hoe de onverwoestbare Brit zijn Waterloo vond. Mijn huisgenoot ziet de krantenkop al voor zich: ‘Nederlander kraakt 84 jaar oud Fawcett-mysterie’.

Mocht onze Indiana Jones het waarmaken, of zich juist vreselijk tegenkomen onderweg, dan leest u binnenkort het vervolgverhaal.

dinsdag, oktober 20, 2009

Interview José Mariano Beltrame

Uit de krant van vanochtend.
-------------------------------------------------------------------------------------
Veiligheidschef José Mariano Beltrame is voorzichtig begonnen met het herstel van de openbare orde in de sloppenwijken van Rio de Janeiro. Dat hem een herculische taak wacht, bleek afgelopen weekend nog eens. Er vielen toen 22 doden bij een drugsconflict in de omgeving van het Maracanã-stadion, het hoofdtheater van de zomerspelen van 2016.

“Vooropgesteld: zeven jaar is niet genoeg om vijftig jaar verwaarlozing uit te wissen”, vertelt hij in een interview met deze krant.

“Dat hebben we het IOC ook eerlijk verteld. Eerst moeten we de territoria van drugsbendes en milities (criminele oud-politieagenten, red) zien te heroveren. Ze controleren tegen de helft van de duizend sloppenwijken. Die controle is trouwens relatief. De politie kan die wijken ieder moment overnemen, maar ze mist de mankracht voor een permanente bezetting.”

De militaire politie wordt komende jaren uitgebreid van 38.000 naar 60.000 agenten. Ongeveer de helft van de rekruten zal bestemd zijn voor een nieuwe tak in het korps, de ‘vredespolitie’. Beltrame veert op als zijn stokpaard ter sprake komt.

“We hebben in vier sloppenwijken de lokale bende verdreven en net afgestudeerde wijkagenten naar binnen gestuurd. Ze staan dichter bij de bewoners, door meer preventief en communicatief te werken. Ik houd hen gescheiden van de oude garde, zodat ze niet besmet raken met zekere kwalen van de politie.”

In de vier uitverkoren favelas moet de terugkeer van de overheid worden benut om de sociale voorzieningen te verbeteren. “Daar is een begin mee gemaakt, maar ik heb mijn collega’s gevraagd meer vaart te maken. Anders heeft de bezetting weinig zin.”

Tot aan december zal de vredespolitie nog vijf sloppen bezetten. “We hebben er zo’n honderd op het oog voor dit model.”

José Mariano Beltrame

In andere criminele bolwerken blijft Beltrame de confrontatie zoeken. De politie doet regelmatig invallen om wapens en drugs in beslag te nemen, al worden daarbij ook onschuldige bewoners gedood.

“Kijk, we doen dat liever niet: binnenvallen en gelijk weer vertrekken. Maar soms hebben we geen keus. In 2007 kregen we veel kritiek toen er negentien doden vielen bij een politieoperatie in het Complex van de Duitser (een sloppencomplex, red). De lokale bende had daar meer munitie opgeslagen dan de complete militaire politie. De agenten werden daarop onthaald en schoten terug. Had ik dat depot dan ongemoeid moeten laten?”

De territoriale gevechten tussen twee drugsbendes in het afgelopen weekend zijn volgens Beltrame een teken dat ze terrein verliezen.

De kans is groot dat Rio’s gouverneur Cabral volgend jaar wordt herkozen en rechterhand Beltrame “zou graag doorgaan. Maar ook zonder mij is de vredespolitie een blijvertje. Mijn eventuele opvolger zou een ezel zijn om zo’n succesvol project te stoppen.”

Sloppenwijken die in 2016 nog steeds vrijstaatjes zijn, kunnen tijdens de spelen rekenen op een omsingeling door de politie, zoals dat ook tijdens de – rustig verlopen – Pan-Amerikaanse Spelen van 2007 gebeurde.

maandag, oktober 12, 2009

Brazilië ziet fiets als speelgoed

Column uit De Telegraaf van vandaag.
-----------------------------------------------------------------------------------
Het gebeurt niet vaak dat fietsers de macht grijpen op de Avenida Paulista. Maar vanavond rijdt er een heus peloton tussen de kantoortorens in het hart van São Paulo. Het asfalt is strak als een biljartlaken. Wat zou hier een fantastisch fietspad kunnen liggen!

We blokkeren een kruispunt en heffen onze stalen rossen ter hemel. “Minder auto’s, meer fietsen!”, zo schreeuwen de Don Quichottes hun kelen schor. Voetgangers kijken meewarig toe. Een woud van koplampen staart ons geïrriteerd aan vanuit het donker. Een motorrijder probeert er toeterend door te komen.

“Gewoonlijk nemen ze óns te grazen in het verkeer. Nu zijn wij aan de beurt om een beetje te treiteren,” lacht Rogerio Telles – al vier keer aangereden met zijn fiets. Hij hoort bij de harde kern van de ‘Bicicletada’, een groep fietsactivisten die één keer per maand demonstratief door de stad rijdt.

credit: JP Almeida

Ze hullen zich daarbij in clown- en gasmaskers en T-shirts met lollige teksten als ‘Plezier tussen de benen’. De groep houdt de blokkade een paar minuten vol en rijdt – onder escort van een politiewagen – verder naar het historische centrum.

Fietsen vereist guerrillavaardigheden in de betonjungle van São Paulo. Er rijden vijf miljoen auto’s rond en elke dag komen er achthonderd bij. Fietspaden zijn er nauwelijks, dus kalken de activisten soms zelf maar een fietsstreep op het wegdek.

Het gevecht om een beetje ruimte is namelijk zeer de moeite waard. De fiets komt bij een jaarlijks wedstrijdje met andere vervoermiddelen steevast als snelste uit de bus. Geen wonder, de heilige koe rijdt in São Paulo’s infernale middagspits gemiddeld vijftien kilometer per uur. ‘Paulistanos’ zitten dagelijks 2 uur en 43 minuten gevangen in het verkeer.

Je hoeft toch geen geitenwollen sok te zijn om te stellen dat het hoog tijd is voor betere alternatieven. Vorige maand was er een succesje. De gemeente opende een fietsstrook van vijf kilometer. Detail: alleen te gebruiken op zondag van 7.00 tot 14.00 uur.

Tja. Dat schiet dus niet op zo. De fiets is hier de status van speelgoed nog niet ontstegen.

maandag, oktober 05, 2009

São blikt terug op terreurgolf

Uit De Telegraaf van vanochtend.
-------------------------------------------------------------------------------------
Ze wisten ‘de stad die nooit stilstaat’ dagenlang lam te leggen. In São Paulo is het megaproces begonnen tegen de leiders van de machtige gevangenisbende PCC.

Tegelijkertijd ging dit weekend een film in première over de ongekende terreurgolf die de PCC op de wereldstad losliet. De Braziliaanse Oscarkandidaat ‘Salve Geral’ neemt de kijker terug naar het moederdagweekend van 2006.

PCC-leider Marcos ‘Marcola’ Camacho reageert dan woedend op zijn overplaatsing naar een zwaarbewaakte gevangenis in het achterland van São Paulo. Hij geeft zijn straattroepen, dat weekend ruim in aantal dankzij moederdagverlof, met een paar telefoontjes het sein ‘salve geral’: aanvallen!

Er wordt in het wilde weg geschoten op politiebureaus, banken en winkels. Bijna vijftig agenten worden vermoord en de politie executeert uit wraak honderden ‘verdachten’.

Miljoenen Brazilianen zitten gegijzeld thuis. De furie komt pas ten einde na een deal tussen Marcola en de gouverneur van São Paulo, wat door de laatste overigens wordt ontkend.

De film was op voorhand al omstreden. Regisseur Sergio Rezende zou sympathie tonen voor de PCC. Hij maakt haarfijn duidelijk dat de autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de groei van dit paard van Troje achter de tralies.

De PCC werd in 1993 opgericht uit woede over de beestachtige toestanden in de gevangenissen. De organisatie fungeerde als een soort vakbond voor gevangenen. Pas in 2001 erkennen de autoriteiten het gevaar van de PCC.

Het aantal leden wordt inmiddels geschat op 100.000. En de gevangenissen blijven overbezet. Een tijdbom.

“Er kan ieder moment iets heel ernstigs gebeuren”, waarschuwt Nagashi Furukawa, de voormalige gevangenissecretaris van São Paulo. Hij denkt bij voorbeeld aan een massale uitbraak.

De PCC is behendig in het binnensmokkelen van mobiele telefoons en controleert daardoor ook op straat de misdaad. Drugshandel, ontvoeringen, bankovervallen; van de ooit nobele intenties is niets over.

Marcola, een voormalige bankovervaller die al vier keer uit de gevangenis ontsnapte, wordt in de eerste van tien rechtszaken beschuldigd van de moord op een rechter. Zijn rechterhand ‘Julinho Carambola’, werd hiervoor vrijdag tot 29 jaar cel veroordeeld.

dinsdag, september 29, 2009

Nederlander propageert slimme houtkap in Amazone

Uit de Financiële Telegraaf van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
Brazilië gaat stukken Amazonewoud aanbesteden aan houtbedrijven. De Nederlander Johan Zweede (69) speelt een cruciale rol in deze nieuwe strategie om het bos te behouden.

De directeur van het Tropenbosinstituut (IFT) geldt in Brazilië als dé leermeester van duurzaam bosbeheer. “Dit is verstandig beleid van de regering. De Amazone is geen heiligdom, je kunt er geen hek omheen zetten. Er leven 22 miljoen Brazilianen die moeten leven van het bos,” vertelt de bioloog en bosbeheerder in zijn school in Paragominas, midden in het woud waar hij al 44 jaar woont.

Zweede krijgt bijval van de directeur van Staatsbosbeheer, Luiz Joels. “Duurzame houtkap lijkt ons de beste manier om geld te verdienen met het bos. De Amazone is alleen grotendeels niemandsland waar illegale roofkap vrij spel heeft. We zien daar liever houtbedrijven die we verantwoordelijk kunnen houden voor het bos.” Momenteel is geen 5 procent van de Braziliaanse houtproductie duurzaam.

De eerste percelen van in totaal 5,7 miljoen hectare zijn aanbesteed. Joels: “Bedrijven mogen het bos 35 jaar uitbaten en moeten het in vergelijkbare staat achterlaten. Naast houtkap kunnen ze verdienen aan bij voorbeeld ecotoerisme en bosvruchten.”

Maar hij ziet een obstakel. “Brazilië heeft een groot tekort aan bosbeheerders. ‘Meester Johan’ moet zo snel mogelijk duizenden extra mensen opleiden.”

Zweede zweert bij een groene kapmethode die, bij hooguit 25 kubieke meter geoogst hout per hectare, 50 procent minder impact op het bos heeft. Door strakke planning liggen ook de kosten 12 procent lager.

Johan Zweede

Luchtfoto’s van bos dat slim gekapt is, zijn nauwelijks te onderscheiden van maagdelijk woud. Zweede laat even buiten het IFT-kamp eerst een voorbeeld zien van reguliere houtkap. Op een open plek in het bos lijkt net een kudde dinosaurussen voorbij gestoven. Stammen liggen als mikadostokjes door elkaar. Ze zijn te hoog afgezaagd, gebarsten of op een andere woudreus gevallen. “Een halve eeuw groei naar de knoppen”, treurt onze landgenoot.



Bos waarin 25 kubieke meter per hectare is gekapt op duurzame (boven) en conventionele (beneden) wijze (foto's: IFT)

Bovendien is bij het wegslepen van de stammen de bodem kaal geschraapt. “Veel mensen beseffen niet dat het Amazonewoud op arme bodems groeit. Het bos leeft van zijn eigen organische resten. Het groen op de grond is de trampoline waarop het bos zich kan herstellen. Nu is het ten dode opgeschreven.”

Al deze verspilling is betrekkelijk simpel te voorkomen, zo zien we een dag later. Een 25 meter hoge woudreus wordt secuur geveld door een ervaren motorzager, zonder andere grote bomen te raken. De bostractor stuift niet zomaar het bos in, maar volgt via rode linten de minst schadelijke route.

Zweede: “De crux is genoeg bomen met commerciële waarde te laten staan voor de volgende oogst, over 35 jaar. Zo blijft het bos waardevol en dat is de beste bescherming.”

Het Braziliaanse houtbedrijf Cikel is één van de eerste dat inziet dat groen hout zowel economisch als ecologisch voordelig is. “FSC levert 30 procent meer op in Europa, terwijl de productiekosten lager liggen. Nederland is onze belangrijkste afnemer”, vertelt een woordvoerder.

Het punt is dat het meeste Amazonehout bestemd is voor de thuismarkt en dat de Braziliaanse consument nog niet wakker ligt van hout zonder keurmerk.

woensdag, september 09, 2009

Beduveld door de kerk

Uit Elsevier van vorige week.
-------------------------------------------------------------------------------------
Justitie in São Paulo heeft Braziliaanse pinksterkerk met zes Nederlandse vestigingen, aangeklaagd voor witwasserij en criminele bendevorming.

Stop met lijden, is de slogan van de oprichter van de Universele Kerk van Gods Rijk (UKGR), bisschop Edir Macedo.

Miljoenen Brazilianen zoeken troost in zijn tempels en dragen daartoe 10 procent van hun doorgaans miserabele inkomen af.

Volgens de welvaartstheologie van Macedo (geschat vermogen: 1,4 miljard euro), betaalt die investering zich vanzelf terug. Hoe groter de rib uit het lijf van de gelovige, des te gunstiger God gestemd zou raken.

Het concept leverde het geloofsimperium tussen 2001 en 2008 3 miljard euro aan donaties op. Als religieuze instelling kan dit bedrag belastingvrij worden geïnd. Maar de kerk mag dat geld niet besteden aan vliegtuigjes, villa’s en het opkopen van televisie- en radiozenders.

Volgens het Openbaar Ministerie in São Paulo gebeurt dat wel. Via dekmantelbedrijven in Brazilië en belastingparadijzen worden honderden miljoenen euro’s in de evangelische televisiezender Rede Record gepompt. Deze is weer voor 100 procent eigendom van Macedo en zijn vrouw.

Macedo doet de beschuldigingen af als een lastercampagne van de concurrerende televisiezender Globo, die uitgebreid verslag doet van de zaak. Verschillende oud-leden van de Universele Kerk van Gods Rijk zijn naar de rechter gestapt.

Een van hen is Edson Luis de Melo. Hij heeft, zo is inmiddels bekend, een psychische stoornis en zocht zijn heil in het Heilige Vuur van Israël, een halfjaarlijks evenement van de UKGR.

Tijdens deze bijeenkomst kunnen gelovigen wensen doen en daarbij worden ze geacht zoveel mogelijk te geven. Zelfs het eigendom van auto’s en huizen kan naar de kerk worden overgeschreven, zo bleek uit videobeelden van het evenement.

De Melo stak zich diep in de schulden, maar een beloning van hogerhand bleef uit. Wel hield hij er een heuse 'sleutel naar de hemel' en een diploma aan over.

De druppel was toen hij zijn buskaartjes aan de kerk weggaf en naar het werk ging lopen, aldus zijn moeder. In zijn naam stapte zij naar de rechter om de donaties terug te eisen.

Volgens woordvoerders van justitie in São Paulo en Den Haag is de Nederlandse poot niet betrokken bij de strafzaak. De Nederlandse hoofdvestiging van de Braziliaanse kerk in Den Haag wil niet ingaan op de aanklachten.

Ook de vraag waar de donaties van de leden precies naartoe gaan, blijft onbeantwoord.

zaterdag, september 05, 2009

Açaí: de energiebom van de Amazonedelta

Artikel voor de culinaire redactie.
----------------------------------------------------------------------------------
Açaí is bezig aan een internationale opmars. Hoog tijd voor een bezoek aan de thuisstreek van de tropische bes, de Amazonedelta in Brazilië. Açaí vormt hier al eeuwen de pijler van het dieet. Maar dat je ervan zou afvallen, wordt door de lokale bevolking als een goede buitenlandse grap beschouwd.

Klaterende kommen, slurpende Brazilianen. Het is lunchtijd op de Ver-o-peso-markt van Belém, de culinaire poort tot het Amazonewoud. Iedereen buigt zich over hetzelfde maaltje: açaí met gebakken vis. Klinkt goed. Maar wat blijkt? De paarse bes wordt opgelepeld als een lauw, bitter soepje.

“Je kunt suiker toevoegen,” zegt de kraamhouder. Dat heb ik nou nog nooit nodig gehad in Brazilië, het land waar men geen koffie met suiker drinkt, maar suiker met koffie.

Açaí wordt in sapbarretjes in Rio de Janeiro en São Paulo geserveerd als een gezoete, ijskoude gelei. Menig toerist raakt lyrisch van de originele smaak, die wellicht het best is te omschrijven als een melange van bessen, noten en chocolade.

Hier in Belém wordt de voorkeur gegeven aan pure consumptie. Bij het krieken van de dag varen de boeren hun manden met bessen binnen op de Açai-markt in het bonte oude centrum van de stad. Van het koelruim gaat het de kade op, waar kooplui snel hun slag slaan. Verse açaí is beperkt houdbaar.

Açaí-power op de kade

Eenmaal aangekomen op de Ver-o-peso-markt, wordt de keiharde vrucht te weken gelegd in emmers met lauw water. Nog even malen en hup, de kom kan de toonbank op. De Brazilianen gooien er nog wat cassavevlokken bij (een enkeling ook suiker) en vallen aan.

Ook ik slobber mijn bakje natuurlijk braaf leeg. Het lauwe goedje is niet zo smakelijk, maar het zorgt wel voor een aangename warme gloed in de maag.

Mede dankzij Oprah Winfrey is de vrucht van de açaí-palm in een internationale hype veranderd. ‘Supervoeding nummer 1’, aldus de website van Oprah. Amerikaanse en Europese importeurs spelen daar handig op in.

Als je sommigen van hen mag geloven, is açaí een heus wondermiddel. Van kaalheid, kanker tot zwaarlijvigheid, het paarse goud biedt uitkomst!

Açaíplukker

Vooral de claim dat je ervan zou afvallen werkt op de lachspieren van de Braziliaanse connaisseurs. In de Amazonedelta geldt açaí juist als de ultieme maagvulling. Het is hier al eeuwen de pijler van het dieet.

“Als kind kreeg ik geen melk maar açaí”, zegt Luis Oliveira Campeiro boven zijn kommetje. “Kijk, allemaal van de açaí”, lacht een kokkin terwijl ze over haar gebolde schort wrijft.

Luis Oliveira Campeiro tankt bij met de traditionele lunch op de Ver-o-peso-markt

Even los van de volkswijsheden en marketingpraatjes: volgens het Braziliaanse landbouwonderzoeksinstituut Embrapa bulkt de bes van de antioxidanten, mineralen en vitaminen (vooral B1). In de pulp van de vrucht zitten meer eiwitten dan in melk. Gezond en voedzaam is açaí dus zeker.

In het kielzog van açaí staat een trits andere exotische vruchten te trappelen voor een kans in het buitenland. Cupuaçu, bacuri, taperebá, tucupi; de ene smaak is nog intenser en lastiger te definiëren dan de andere. Je proeft de kracht van de evenaarzon als het ware op je tong.

De vruchten worden verkocht als zakjes pulp op de Ver-o-peso (‘Zie-het-gewicht’; de markt fungeerde in de koloniale tijd als waag van de Portugese belastingdienst). De populaire naastgelegen ijssalon Cairu is een geschikt proeflokaal.

Pas op, er is één spelbreker op dit verwarrende feest voor de zintuigen: murici. Vruchtenijs dat naar Parmezaanse kaas smaakt? Dat wordt wat al te intens.

Verder zijn voor culinaire liefhebbers vooral de viskramen op de markt de moeite waard. De pirarucu, in Europa beter bekend als arapaima, springt het meest in het oog. De tot drie meter grote meerval is één van ’s werelds grootste zoetwatervissen. In het restaurant blijkt dat de vlezige roofvis nauwelijks graten heeft en naar kip smaakt. Sensationeel in gesmolten boter!
-------------------------------------------------------------------------------------
Het recept voor Açaí na tigela (‘açaí uit de kom’), de gezoete variant die in Rio de Janeiro en São Paulo wordt geconsumeerd.

Ingrediënten:
- 400 gram bevroren açaí-pulp
- Een geprakte banaan (of aardbei, kiwi, etc)
- Sap van 1 sinaasappel
- Geraffineerde suiker of zoetmiddel

Bereiding:
Alles in de mixer gooien (pulp licht ontdooid) en mengen tot het één geheel wordt. Meteen serveren, eventueel met muesli, honing en schijfjes banaan.

Açaí na tigela


Açaí pijler van het dieet in Amazonedorpjes

woensdag, september 02, 2009

Als een mammoettanker

Uit Elsevier van vorige week.
-----------------------------------------------------------------------------------
De grootste economie van Zuid-Amerika wordt in één adem genoemd met China, India en Rusland. Maar wordt het land ook een supermacht?

Kieran Kaal in São Paulo

Brazilië komt de economische crisis relatief goed door. De zwaarlijvige overheid blijkt een zegen. Het land is geen snelle groeitijger, maar een logge walvis. ‘We blijven tegenwoordig zelfs drijven bij een tsunami,’ zegt de econoom Marcelo Neri.

De economie zit na een korte, krachtige recessie sinds mei weer in de lift. Verwacht wordt dat er per saldo dit jaar sprake zal zijn van nulgroei.

De beurs van São Paulo (Bovespa) is dit jaar al 50 procent gestegen en terug op het niveau van voor de crisis. Buitenlandse investeerders zoeken snelle winsten in aandelen als Petrobras en Vale. Het staatsoliebedrijf en de mijnbouwgigant zijn samen goed voor bijna 30 procent van de beurswaarde.

Het herstel is deels te danken aan het snelle herstel van de Chinese economie. China koopt veel ijzererts, olie en soja van Brazilië en loste de Verenigde Staten in maart af als belangrijkste handelspartner.

Maar de opkomende Zuid-Amerikaanse reus profiteert vooral van het strakke begrotingsbeleid dat sinds tien jaar wordt gevoerd. President Lula en voorganger Fernando Henrique Cardoso hebben een stevig economisch fundament gelegd. De tijden van hyperinflatie en torenhoge internationale schulden lijken voorbij.
Brazilië heeft 210 miljard dollar aan reserves in kas.

De Brazilianen betaalden een prijs voor de prille stabiliteit. De belastingdruk is hoog voor een gemiddeld rijk land met matige publieke voorzieningen. De reële rente (rente minus inflatie) is één van de hoogste ter wereld. Beide dempen onze groei, vertelt Neri.

Voordeel is wel dat er tijdens crises ruimte is voor anticyclische ingrepen. Zo is het mes gezet in de belasting op bouwmaterialen en motorvoertuigen. En na enig dralen verlaagde de centrale bank de rente naar 8,75 procent, historisch laag.

De maatregelen missen hun effect niet. Er blijkt veel mogelijk in de interne markt met maar liefst 190 miljoen Brazilianen.

Dat is toe te schrijven aan de nieuwe middenklasse, die voor het eerst de meerderheid van de bevolking vormt. Niet dat deze Brazilianen allemaal zo ruim bij kas zitten; 400 euro per maand geldt al als een middeninkomen. Maar mede door de Braziliaanse gewoonte om in termijnen te betalen, zijn ze wel aan het kopen geslagen.

Om ook de consumptie van de armste Brazilianen aan te jagen, werd de zogeheten gezinsbeurs onlangs 10 procent verhoogd. Elf miljoen families ontvangen nu 26 euro per maand en hoeven in ruil alleen de kinderen in te enten en naar school te sturen.

Volgend jaar gaat Brazilië naar de stembus en niemand verwacht dat Lula’s opvolger de economische koers zal verleggen. Lula komt nog voor zijn afscheid met een nieuw groeiprogramma, dat extra miljarden in de gebrekkige infrastructuur moet pompen. Voor de financiering daarvan kunnen de volgende presidenten leunen op de gigantische olievelden die zijn ontdekt voor de kust van Rio de Janeiro.

De opbrengsten kunnen linea recta naar de schatkist, want de Braziliaanse economie is zelfvoorzienend met olie. Elektriciteit wordt grotendeels opgewekt met waterkracht en 90 procent van de nieuwe auto’s kan op ethanol rijden.

Is de aanstaande oliemacht, nu de tiende economie ter wereld, in 2050 ook een supermacht, zoals zakenbank Goldman Sachs heeft voorspeld?

Wellicht, maar dan moet er nog wel veel gebeuren. Zo heeft Brazilië in vergelijking met de andere zogeheten BRIC-landen Rusland, India en China een opmerkelijk gesloten economie.

Import en export bedragen slechts 21,5 procent van de omvang van de economie – drie keer zo weinig als in China. Handig tijdens een mondiale crisis, maar in het algemeen zit het protectionisme de ontwikkeling van het land nog te veel in de weg, vindt Hans Mulder, directeur van de Nederlands-Braziliaanse Kamer van Koophandel in São Paulo.

De invoerrechten zijn met gemiddeld 14 procent niet eens zo hoog. Maar achter de schermen wordt een enorm arsenaal aan maatregelen gehanteerd ter bescherming van de eigen industrie.

Dat werkt alleen op korte termijn. De Braziliaanse auto- en vliegtuigindustrie konden erdoor ontspruiten. Maar op lange termijn vreet protectionisme het concurrentievermogen van een land aan.

Mulder geeft een voorbeeld. General Motors maakte voor het failliet ging hetzelfde model Opel Corsa in Brazilië en in Duitsland. Omdat de loonkosten in Brazilië zeven keer lager liggen, had GM de productie daar ook volledig kunnen laten doen.

Maar Brazilië presteert het om zo’n concurrentievoordeel om zeep te helpen. Dat heeft vooral te maken met het complexe belastingstelsel en de grote bureaucratie.
Brazilië heeft dus nog wel wat werk te verrichten om nog beter te scoren.

Bijvoorbeeld in het onderwijs dat onder Lula van dramatische kwaliteit is gebleven.
De oud-vakbondsman toont meer belangstelling voor de koopkracht van arbeiders dan voor hun scholing. Maar met alleen de productie van grondstoffen wordt een land geen supermacht.

dinsdag, september 01, 2009

Poetsbeurt Copacabana

Column uit De Telegraaf.
--------------------------------------------------------------------------------
Rio de Janeiro mag over vijf jaar de finale van het WK-voetbal organiseren. Hoog tijd voor wat meer 'law and order', vindt burgemeester Eduardo Paes.

Een regeltje aan de laars lappen is sinds begin dit jaar minder vanzelfsprekend. Het regent bonnen onder straathandelaren, foutparkeerders en bestuurders van illegale busjes.

Ook de ansichtkaart van de stad, Copacabana, krijgt een poetsbeurt. De strandwijk maakt een nogal verloederde indruk, niet in de laatste plaats door de vele prostituees en stelende straatjochies langs het strand.

Die prostituees verzamelen zich ’s avonds bij de Help, de bekendste discotheek van Copacabana. Geliefd door toeristen, gehaat door buurtbewoners.

Op het eerste gezicht is de Help (spreek uit: ‘Helpie’) een gewone disco. Voor pikante optredens van schaars geklede dames ben je hier aan het verkeerde adres.

Maar een tweetal makkelijk gescoorde tongzoenen later begin je bij je eerste bezoek aan de disco toch langzaam nattigheid te voelen. Het vrouwelijke deel van de dansvloer blijkt zonder uitzondering aan het werk te zijn vanavond.

Uit heel Brazilië zijn ze toegestroomd om hun geluk te beproeven bij de gretige buitenlandse mannen. Jongedames uit de sloppenwijken die geen geld voor de entree hebben, gebruiken het langs het strand gelegen terras als operationeel centrum.

Spiedend en slissend maken ze de geamuseerde ‘gringo’s’ het hof. Obers in smetteloos wit verspreiden intussen biertjes en liefdesbriefjes tussen de tafels. ‘I luv you’, luidt een tekst. In zwoel Rio is de liefde eeuwig zolang het duurt, zoals dichter Vinicius de Moraes ooit opmerkte.

Uw verslaggever op het kleurrijkste terras van Copa. Op de achtergrond liefde op het eerste gezicht

Maar helaas voor de Help-dames heeft het stadsbestuur tabak van Rio’s reputatie van tropisch lustoord. De Help moet na ruim twintig jaar dicht. De disco wordt gesloopt om plaats te maken voor een futuristisch muziekmuseum.

Dat belooft te gaan swingen tijdens het WK. ’s Avonds zal er in het museum klassieke samba en bossa nova uit de jaren vijftig en zestig worden gespeeld, om iets van de glorietijd van Copa te doen herleven.

En de freelance dames van plezier? Zij verliezen met de Help een plek waar ze veilig en zonder tussenpersonen konden werken. Ze klagen dat ze de stoepen worden opgejaagd.

Het einde van de Help maakt natuurlijk geen einde aan vraag en aanbod. Benieuwd vanwaar de dames in 2014 hun pijlen zullen richten op het legioen buitenlandse voetballers en supporters.

zaterdag, augustus 22, 2009

De Vikingen onder de indianen

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
“Vroeger groeiden hier eiken en kaneelbomen.” Opperhoofd Vitor Manilau kijkt bitter. Rond zijn dorp in de groene heuvels in het zuiden van Chili echoot het geronk van motorzagen. “Wat doen Zwitserse houtkappers op ons land?”

Twee carabinieri houden de getergde Mapuche-indiaan van een afstandje in de gaten. Hij pakt een hockeystick van de grond. “We zullen niet rusten tot de ‘huincas’ (blanken, red.) zijn opgehoepeld. Het is oorlog.”

De Mapuches zijn één van de taaiste indianenvolkeren van Zuid-Amerika. Aan weerszijden van de Andes leven er nog zo’n miljoen. De Spaanse veroveraars en later het Chileense en Argentijnse leger beten zich op hen stuk. Hun verzet richt zich nu tegen buitenlandse houtbedrijven die opereren in de bossen van Araucania, het uitgestrekte Mapuche-gebied rond de Chileense stad Temuco.

De indianen steken bosplantages in brand, bekogelen interregionale bussen en plegen aanslagen op onwillige autoriteiten. Justitie gebruikt een antiterreurwet uit de tijd van dictator Pinochet om de amokmakers lang achter de tralies te krijgen. Het conflict is de laatste tijd opgelaaid, helemaal sinds vorige week een indiaan werd doodgeschoten door een politieagent.

Vitor Manilau

“Ze zijn klein van stuk, maar je kunt hen beter niet beledigen”, vertelt de Chileense onderzoeksjournalist en Mapuche-kenner Jorge Molina Sanhueza. “Ze zijn trots, oersterk en voor niemand bang. Het zijn de Vikingen onder de indianen.”

Mapuche-leiders vergelijken zich liever met Basken en Palestijnen: volkeren zonder eigen land. De Chileense regering heeft de laatste jaren al flink wat land voor hen teruggekocht. Maar de indianen willen meer en ze eisen zelfbestuur over het gebied.

“We horen niet bij Chili”, zegt Manilau terwijl hij achteloos een vlieg uit zijn nek plukt. “We hebben niks met kapitalisme.”

Een vrachtwagen met boomstammen rijdt onder escort zijn dorp langs. Na drie kwartier breekt een eerste, schamper lachje door op zijn gezicht. “Ze betalen niet eens tol. Ze roven ons gewoon leeg. Maar geloof me. Over tien jaar groeien hier weer gewoon eiken en kaneelbomen.”

Een Europese diplomaat die het conflict goed kent, ziet geen oplossing. “Het is meer dan een landkwestie. Mapuches weigeren zich in te laten met het moderne Chili. Westerse denkramen als ‘centraal gezag’ en ‘landtitels’ erkennen ze niet. Dat maakt het erg lastig voor de Chileense regering. Je kunt het vergelijken met de Roma, een groep waar we ons in Europa ook geen raad mee weten.”

zaterdag, augustus 15, 2009

Gescalpeerd

In het noorden van Brazilië worden honderden mensen gescalpeerd. Dat gebeurt bij bizarre ongelukken op ambachtelijke bootjes in de delta van de Amazone.

Het is maandagochtend in het ziekenhuis van de broeierige Amazonestad Belém. Op de afdeling voor gescalpeerde patiënten zit een groep meisjes in een speeltuin. Ze hebben allemaal een tulband om.

Fransinete dos Santos Nobre (43) kijkt sip toe, terwijl ze vertelt over de dag dat haar leven werd geruïneerd. “Ik reisde als meelhandelaar veel per boot. Die dag bukte ik bij de motor om water uit de bodem te scheppen. Ik weet alleen nog dat ik viel.”

In een flits werden haar, hoofdhuid, linkeroor en een stuk nekvel afgerukt. Naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis was het toen nog 6,5 uur varen. Andere passagiers wisten met doeken te voorkomen dat ze onderweg doodbloedde.

Dos Santos komt zoals veel slachtoffers uit Ilha de Marajó, een groot drassig eiland in de monding van de Amazone. De bewoners zijn voor hun vervoer afhankelijk van rivieren en zelf gebouwde boten.

Omdat ze vaak geen geld hebben voor een buitenboordmotor, gebruiken ze bij voorbeeld een koelkastmotor of een afgedankte landbouwmachine om de boot aan te drijven.

De geïmproviseerde motor staat midden in de boot en wordt via een as met de schroef verbonden. Het is in deze snel draaiende as waarin menig passagier verstrikt raakt, met alle gruwelijke gevolgen van dien.

“Het is eenvoudig te voorkomen door drie plankjes over de as te timmeren. Maar uit onwetendheid en fatalisme gebeurt dat niet,” zegt zorgsecretaris Vanja Bezerra van de provincie Pará.

Alleen al in het labyrint van rivieren in Pará zijn 250 slachtoffers bekend. Volgens Bezerra vormen zij slechts het puntje van de ijsberg. Aan de overkant van de riviermonding, in Amapá, wordt gesproken over ruim duizend gevallen.

Stroomopwaarts komt scalperen minder voor. De oevers zijn daar minder dicht bevolkt. Ook zijn buitenboordmotoren minder duur in de vrijhandelszone van de oerwoudstad Manaus.

Soms zijn het mannen die met hun bermuda, vingers of – zeer incidenteel – geslachtsdeel verstrikt raken in de as. Maar ruim 80 procent van de slachtoffers is vrouw. Vooral jonge meisjes zijn kwetsbaar met hun lange, sluike haardracht, het meest gebruikelijke kapsel in deze streek vol indiaans bloed.

“We drukken de meisjes op het hart dat ze hun haar in een knot moeten dragen”, zegt Marcus Lobato, die dorpen in Pará afvaart om voorlichting te geven. “Maar dat vinden ze niet mooi.”

Naast het schoonheidsideaal ziet hij ook een religieus obstakel. “Vorig jaar was 60 tot 70 procent van de gescalpeerde meisjes evangelisch. Ze hebben bijna allemaal lang haar.” In de Bijbel staat immers: ‘Want het haar is de vrouw gegeven bij wijze van sluier.’ (1 Korintiërs 11,15)


Edilene

Edilene Lobato Mira (13) was zo’n engelachtig protestants meisje. Totdat ze vier maanden geleden van de mis naar huis vaarde. Ze werd met haar wapperende haren gegrepen door de as. Haar schedel werd volledig kaal getrokken. Nu, twee operaties later, is er met huid van haar dijbenen en billen iets van de schade hersteld.

Ze is nog steeds bang om haar klasgenoten weer onder ogen te komen. Gescalpeerde meisjes worden ‘E.T.’ genoemd in dorpen en durven vaak nauwelijks de deur uit. “We gaan een pruikje voor je regelen”, probeert Edilenes zus haar op te vrolijken.

Lotgenootje Adenilda (10) geeft de hoop op een eigen haardos nog niet op. “Ga je dat regelen, pappa?,” vraagt ze haar gelaten knikkende vader.

Adenilda

“Het haar is het eerste waar ze naar vragen. We moeten hen teleurstellen. Het komt niet terug”, vertelt de hoofdverpleegster in Belém. Ook pruikjes zijn volgens haar eerder tot last in het hete, vochtige Amazoneklimaat.

“Slachtoffers blijven erg gevoelig voor infecties. Vijf hebben zelfs huidkanker gekregen door verkeerd gebruik van de pruik. Het enige dat echt zou helpen, is stamceltherapie.”

Pas sinds twee jaar is er landelijke politieke aandacht voor scalperen. Slachtoffers hebben recht op gratis plastische chirurgie en een schadeloosstelling van zo’n 1300 euro.

Bovendien tekende de Braziliaanse president begin juli een wet die varen zonder bedekking van motor en as strafbaar maakt. Aan de marine de schone taak om het verbod te handhaven op de tienduizenden ambachtelijke bootjes in de delta.

“De wet is een belangrijke stap. Maar het lastige is dat dader en slachtoffer vaak familie zijn. Met het oppakken van de vader van het meisje raakt zo’n familie nog verder van huis”, zegt Bezerra.

De provincie Pará zoekt de oplossing in de eerste plaats in preventie. Deze zomer begint aan weerszijden van de riviermonding een nieuwe voorlichtingscampagne via radio, kerken en vissersbonden. ‘Veilig varen’, in Pará. ‘Scalperen nul’, in Amapá.

dinsdag, augustus 04, 2009

Nauwelijks bos plat voor Braziliaanse soja

Uit de Financieele Telegraaf van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
Sojateelt veroorzaakt geen illegale houtkap meer in het Amazonewoud, aldus de Braziliaanse regering. Satellieten houden vanuit de ruimte het land in de gaten, dus grootimporteur Nederland kan gerust zijn. Deze krant nam de proef op de som in Santarém, een stad in het Amazonewoud.

In 2003 opende de Amerikaanse multinational Cargill een omstreden sojaterminal in de rivierstad. Milieugroepen waren woedend.

Toch ligt de locatie logistiek gezien voor de hand. De oogst uit de landbouwprovincie Mato Grosso kan via de Amazone sneller naar Europa worden geëxporteerd dan via havens in het zuiden van Brazilië.

Cargill sloeg vorig jaar een miljoen ton sojabonen over in Santarém, waarvan de helft naar Nederland ging.

Lopende band tussen de terminal en vrachtschepen

Zoals de milieubeweging al vreesde, werkte de terminal als een magneet op sojaboeren uit het zuiden. Terwijl rond Santarém voorheen geen soja werd verbouwd, komt 5% van de export nu uit die regio, zo bevestigt Cargill-woordvoerder Afonso Champi.

Op zichzelf is dat geen ecologisch drama. Door eerdere economische booms (rubber, goud) liggen er honderdduizenden hectaren land braak tussen het regenwoud.

Desondanks werd er na 2003 illegaal gekapt om soja te planten. Een rondgang langs onder meer de Braziliaanse milieuautoriteit Ibama en The Nature Conservancy (TNC) leert evenwel dat dit sinds 2006 niet of nauwelijks meer gebeurt.

„Je verkoopt geen sojaboon als je illegaal kapt”, zegt boer Elio Pereira op zijn landgoed buiten Santarém. „Cargill is erg streng. Ze houden je bos met een satelliet in de gaten. En het is hier het enige bedrijf dat een redelijke prijs betaalt.”

Vrachtwagens vol soja in de rij voor de terminal

Dat er rond Santarém geen bos meer omgaat voor soja, wil nog niet zeggen dat alle bonen koosjer zijn.

De lokale Ibama-chef Poliana Nunes legt uit: „Legale soja bestaat hier niet. De meeste boeren hebben geen geldige eigendomspapieren. Doordat er vroeger veel gekapt is, heeft niemand de vereiste 80% bos op zijn land staan. Maar we kunnen moeilijk alle landbouw platleggen.”

Cargill geeft toe dat het soja koopt van producenten die niet aan de bosnorm voldoen. Maar om te kunnen verkopen, zijn ze wel verplicht mee te werken aan een herbebossingsprogramma. Onder toezicht van TNC wordt het aandeel bos op hun land gaandeweg opgekrikt naar 80%.

Ook in de rest van Brazilië blijkt dat het zogeheten ’sojamoratorium’ serieus gehandhaafd wordt. De grote partijen in de sector kopen geen soja meer van boeren die na 2006 nog land ontbost hebben. Uit een onafhankelijke steekproef blijkt dat in 2008 en 2009 een luttele 0,88% van dit gebied met soja was beplant.

„De druk uit onder meer Nederland heeft ons erg geholpen om het moratorium af te dwingen”, zegt openbaar aanklager Felicio Pontes junior, een voorloper in de strijd tegen illegale houtkap in de provincie van Santarém (Pará).

„Nu is het zaak dat jullie je pijlen op fout Braziliaans rundvlees richten. Dat is de drijvende kracht achter de ontbossing.”

Felicio Pontes Junior: 'Pijlen nu richten op fout vlees.'

zaterdag, juli 18, 2009

De ondergang van Fordlândia

Ook uit de krant van vandaag.
-------------------------------------------------------------------------------------
“Ik ben trots op Fordlândia, de stad die alles had en niets meer heeft”, mijmert rubbertapperzoon Ednor de Souza (73) op zijn veranda langs de Tapajos-rivier. “We hadden een ziekenhuis van eerste wereldniveau, een bioscoop met vijftig films en de Amerikanen betaalden om de twee weken salaris.”

Er is weinig over van het curieuze stadje dat Henry Ford in 1928 uit het Amazonewoud liet stampen. De villa’s van de managers van de Ford Motor Company zijn ingenomen door agressieve vleermuizen. In verlaten fabriekshallen liggen machines en enkele Ford-wrakken begraven onder een laag stof.

Toch wonen er nog honderden Brazilianen in het spookstadje, dat in de VS weer in de belangstelling is dankzij een nieuw boek van de historicus Greg Grandin.

Verlaten fabriekshal

Welkom in Fordlândia

Ford liet Fordlândia bouwen uit ergernis over de grillen van buitenlandse rubberleveranciers. Het Braziliaanse avontuur begon slecht. Een handige tussenpersoon wist de Amerikanen 125.000 dollar af te troggelen voor een stuk grond dat ze voor niets hadden kunnen krijgen.

Bovendien was de locatie niet geschikt voor een rubberplantage. Het land was heuvelachtig, zanderig en lag op vier dagen varen van de Amazonemonding. Maar de eigenzinnige automagnaat dacht dat hij de natuur wel naar zijn hand kon zetten. Niet gehinderd door enige kennis van de complexe ecologie van de jungle, werden de bomen te dicht op elkaar geplant. Algauw brak er een plaag uit die Ford zou blijven achtervolgen.

“Zijn grootste fout was dat hij de Braziliaanse arbeiders een Amerikaanse levensstijl opdrong”, vervolgt De Souza in de tergende middaghitte. Fordlândia was een utopisch werkstadje met goede sociale voorzieningen. Maar drank, sigaretten en vrouwen waren taboe voor de Braziliaanse arbeiders. Ze verdienden een riante vijf dollar per dag, maar siësta konden ze op hun buik schrijven. Ook het dieet – bruine rijst, volkorenbrood, ingeblikte spinazie – leidde tot zure Braziliaanse gezichten.

Ednor de Souza

In 1930 barstte de bom dan ook in de eetzaal. “Wij willen vis met bonen en cassavemeel”, klonk het bij de ‘pannenoproer’. De Amerikanen lieten de teugels iets vieren. Zo mochten de arbeiders op een eiland aan de overkant van de Tapajós wel vrouwen ontvangen en drinkgelagen houden.

Op de plantage bleef het kwakkelen. Ford bouwde daarom nog een kolonie, Belterra, op een meer gunstige locatie. Maar ook daar stonden plagen een rubberproductie van enige betekenis in de weg.

In 1945 trok Fords kleinzoon de stekker uit beide koloniën. Na 160 miljoen dollar aan investeringen (omgerekend naar nu) was het welletjes. Het tijdperk van synthetisch rubber was aangebroken.

Braziliaanse autoriteiten weten zich ruim zestig jaar later nog altijd geen raad met het openluchtmuseum. “We krijgen bezoekers uit alle windstreken, maar we kunnen hen niet ontvangen”, zegt boer Daniel Pereira Dias in het restaurant bij de aanlegsteiger. “We hebben geen museum, geen gidsen, geen hotel.”

Er is één herberg met één kamer in Fordlândia. Maar bezoekers mogen ook een hangmat ophangen langs de rivier.

Spookvilla's


Badkuip van Amerikaanse manager

Bevolking leeft van vis en vee, niet van toerisme

Slapen in je kano

Column uit De Telegraaf.
------------------------------------------------------------------------------------Eindelijk zomer! De oeverbevolking van de Amazone snakte ernaar. Het noorden van Brazilië kreeg het zelden zo zwaar voor de kiezen als in de kletsnatte afgelopen winter. Die loopt hier zo net ten zuiden van de evenaar van januari tot juni, gevolgd door zes zomermaanden die iets minder nat zijn.

Op de boot tussen de Amazonesteden Belém en Santarém trekt het overstromingsdrama van de laatste maanden gestaag aan het oog voorbij. Huizen zijn opgeslokt door de rivier, die op lange stukken meer weg heeft van een zee. Dappere thuisblijvers gaan per kano hun voordeur door (ze slapen er zelfs in!). Her en der dobbert een overlevende koe op een vlot.

Thuisblijvers

De bewoners grijpen het voorbijkomen van onze boot met beide handen aan. Kinderen die amper boven hun peddel uitsteken, komen dwars aanvaren in hun kano’s. Wie geluk heeft, krijgt een plastic zak met voedsel toegeworpen van het dek.

Sommige dreumesen blijken ware rivierkunstenaars. Ze zijn zo behendig dat ze de kano met een stok aan de varende boot weten te haken. Ze klimmen aan boord om tropisch vruchtensap of garnalen te verkopen. Als de poging mislukt en de kano omslaat, blijken ze te kunnen zwemmen als dolfijnen.

Een zak met eten graag

Na 2,5 dag meert de boot aan in Santarém. Ook hier is de warme relatie tussen de lokale bevolking en de rivier tijdelijk bekoeld. De flaneerboulevard langs het water, de enige plek in de stad waar je als mier onder een brandglas nog enige verkoeling geniet, is ondergelopen en stinkt naar riool.

In de volgende stad, Manaus, is de situatie nog ernstiger. Begin juli stond de rivier (die hier Rio Negro heet) met 29,77 meter op het hoogste niveau in ruim honderd jaar. Tot opluchting van de bevolking begint het peil nu eindelijk te dalen.

Sommige oeverstadjes kiezen de komende maanden eieren voor hun geld. Ze verhuizen, met gemeentehuis en al. “Een beetje overstroming zijn we wel gewend, maar dit jaar sloeg alles”, aldus burgemeester Raimundo Chicó van Anamã. “Ik kan mijn gemeente niet besturen als deze voor 95 procent onder water staat.”

Gezelligheid op de boot/douchen onder de schoorsteen

maandag, juni 29, 2009

Rocken in de Sneeuwbalkerk

De Braziliaanse Bola de Neve Church (‘Sneeuwbalkerk’) laat het Vaticaan zien hoe je jongeren naar de kerk lokt. Een surfplank dient als preekstoel en de hippe voorganger begint de dienst met een rockconcert.

God swingt bij priester ‘Rina’, surfkledingverkoper en oprichter van de Sneeuwbalkerk. En die boodschap slaat aan, zo blijkt in de afgeladen centrale tempel in São Paulo.

Het publiek, gekleed in sportschoenen, petjes en strakke spijkerbroeken, wordt opgezweept door een knallende rockband. ‘Heilig, heilig, heilig’, zingt Rina. De zaal brult mee. Er wordt gehuild, gelachen en geknuffeld in de kerkbankjes.

De Sneeuwbalkerk verspreidt zich rap onder Braziliaanse jongeren en is al vertakt tot in Rusland, Australië en India. Maar wat hebben een surfplank en een rockshow nog met geloof te maken?

“Het maakt niet uit welke brug naar God je gebruikt”, zegt Rina (35). “Jongeren moeten zich hier op hun gemak voelen.” De kerk houdt ook diensten op het strand en sommige filialen hebben een skatebaan tussen Gods muren.

Na een uur zingen en swingen springen de tl-lichten in de tempel aan. Terwijl de basgitarist aan zijn snaren blijft plukken, begint Rina te preken. Het is religieuze peptalk: ga studeren, val af, kom op voor jezelf. Via grapjes maakt hij duidelijk dat drank en seks voor het huwelijk taboe zijn.

Dan wordt de gelovigen gevraagd om een financiële bijdrage, waarbij minder druk wordt gezet dan in andere pinksterkerken. De Sneeuwbalkerk kan het zich permitteren, want er wordt goed bijverdiend aan de verkoop van cd’s en surfkleding.

Terwijl de vrouw van Rina nog een knalhard rapnummer zingt, schuift Nathaniel Guimaro (28) vijf realen (1,80 euro) in het geldbakje. “De Sneeuwbalkerk heeft me op het rechte pad gebracht. Ik kan mijn geld beter hier uitgeven dan aan bier en vrouwen. De kerk is serieus, maar de sfeer is lekker informeel.”


Nathaniel Guimaro en priester Rina (respectievelijk voor en achter het preekgestoelte)

Door de groei van evangelische kerken is Brazilië, het grootste katholieke land ter wereld, op weg een overwegend protestants land te worden. Als de trend zich doorzet, is dat in 2022 het geval. “God is bij ons levend. Hij is menselijk en dichtbij”, zo verklaart Rina het succes.

woensdag, juni 24, 2009

‘Hollandse mannen ruiken lekker’

Wat Braziliaanse voetballers zijn in Nederlandse stadions, zijn Braziliaanse travestieten voor de prostitutiewereld. Een vleug samba in de polder!

Een deel van de geschatte 75.000 Braziliaanse prostituees in Europa gaat als travestiet door het leven. Ons land is één van de populairste werkplekken. De Telegraaf vroeg zich in de tippelzone van São Paulo af waarom. “Hollandse mannen stellen nooit teleur. Ze zijn knap, welgemanierd en ze ruiken lekker.”

Restaurant Elenice is de ontmoetingsplek van de tippelzone in het centrum van de Braziliaanse wereldstad. Aan de bar zit een gemêleerde groep stamgasten van arbeiders, zakenmannen en travestieten. Als een opgemaakte kerel met een gapend decolleté onder een lange mantel binnenloopt, kijkt niemand op of om. Er is voetbal op tv.

De imposante gestalte is een 42-jarige metselaarszoon uit São Paulo en luistert naar de naam ‘Stefany Hyllari’. Met twee liter siliconen in de borsten trok de travestiet 3,5 jaar geleden naar Amsterdam.

Nu brengt ze (“ik voel me vrouw”) zich via de website www.travestisbrasil.com.br aan de – liefst Europese – man. Klanten te over, zo blijkt als de eerste drie afspraken niet doorgaan door haar werkzaamheden. Maar vanavond kan ze praten.

“Ik reisde naar Amsterdam voor een klant en we kregen een relatie. Zijn familie mocht me niet zien. Hij betaalde al die tijd een kamer in het Victoria Hotel voor me, tegenover het Centraal Station. Ik werkte op De Wallen achter de ramen en later als kapper.”

De gulle mecenas wilde trouwen, maar alleen als Hyllari volledig van geslacht zou wisselen. “Dat wilde ik niet. Ik vloog terug naar Brazilië, met 15.000 euro spaargeld in mijn kleren.”


´Stefany Hyllari´

Hoeveel Braziliaanse travestieten in Nederland werken, is moeilijk te zeggen. De meeste duiken bij aankomst de illegaliteit in en beginnen te werken via internet, weet Eva Berghaus. De Amsterdamse antropologe deed afgelopen maanden veldonderzoek in de travestietenscene van São Paulo.

“Er leven zo’n 15.000 travestieten in de stad. De meeste zijn ‘sekswerkers’, mede doordat ze moeilijk aan ander werk komen. En ze dromen allemaal van het beloofde land Europa. Nederland hoort met Italië, Spanje en Duitsland bij de populairste landen.”

Op de gebroken stoepen voor restaurant Elenice staat de ranke, koffiebruine ‘Marcinha Elegance’ volleerd te lonken naar langsrijdende auto’s. Beet! “Ik ben zo terug, schat.”

´Marcinha Elegance´

Tussen de motelbezoekjes door vertellen de travestieten waarom Nederland lokt. Ze zien ons land als een paradijs waar prostitutie een erkend beroep is, de politie hen niet lastig valt, ze relatief veilig kunnen werken (in Brazilië werden vorig jaar zestig ‘travestietmoorden’ gepleegd) en waar de vele Brazilianen in Amsterdam een sociaal vangnet bieden bij aankomst.

En niet in de laatste plaats: een land waar een klant tweehonderd euro betaalt voor een escortbezoek. In het centrum van São Paulo doet een ‘programa’ (een wip) achttien euro. “Je werkt hier op straat voor de prijs van een banaan”, aldus Hyllari.

Als voornaamste obstakel tot Nederland geldt de taaie paspoortcontrole op Schiphol. Braziliaanse toeristen hebben geen visum nodig (bij een verblijf van maximaal drie maanden), maar dat blijkt geen garantie voor toelating.

Volgens de marechaussee werden vorig jaar 138 Brazilianen teruggestuurd op Schiphol. Dat gebeurt bij voorbeeld als een travestiet minder dan de voorgeschreven 35 euro per dag meebrengt voor zijn ‘vakantie’.

“Wat zijn die Hollanders streng!”, mokt ‘Maggie’ aan de bar in Elenice. Eergisteren stond de travestiet nog op Schiphol. “Mijn hotelreservering was zogenaamd niet in orde. Ik had nog wel 2000 euro bij me. En ik droeg lage, discrete hakken. In september probeer ik het via Spanje.”

Volgens Berghaus stappen veel travestieten als man in het vliegtuig om geen argwaan te wekken. “Al is dat een vernederende ontmaskering na het jarenlang aanpassen van je lichaam.”

Soms reizen ze via een Schengenland met minder strenge controles naar Nederland. “Ze komen gemiddeld zo’n zes maanden werken in Europa. Van de verdiensten kunnen ze de rest van het jaar goed leven in Brazilië.”

Prostitutie wordt vaak in één adem genoemd met mensensmokkel. Maar de travestieten in hartje São Paulo peinzen er niet over om louche tussenpersonen in te schakelen. Ze reizen op eigen houtje en uit eigen wil. Gehard en gehaaid als ze zijn door het Braziliaanse straatleven, denken ze zich wel te redden in Europa.

Zo ook ‘Bruna Fenix’, de travestiet die zo lovend is over de geur van Hollandse mannen. De roodharige diva (27) paradeert door de tippelzone alsof ze al op een Parijse catwalk staat. Binnenkort reist ze alleen naar Amsterdam. Hoezo?

'Bruna Fenix'

“Voor de euro’s natuurlijk!”, zo lacht ze haar beugel bloot. “Ik heb goed verdiend in Europa, maar nu wil ik echt rijk worden. Dit werk doe je tot je 30e, 35e. Voor die tijd wil ik een landgoed, een vakantiehuis en een buffer om te reizen en studeren.”

De viertalige Fenix is van plan gewoon als vrouw te reizen. “Maar wel elegant, in een maatpak van Armani, met hoed. Mij houden ze niet tegen. Voor de zekerheid neem ik drieduizend euro mee. Kan ik meteen parfums en sieraden kopen in Amsterdam.”

Zo is Fenix niet de enige travestiet die in Brazilië laveert tussen sociale marge en een luxeleventje. Ze worden bespuugd en bemind door hun landgenoten. De ene travestiet wordt zomaar vermoord op straat, de ander is salonfähig op feestjes van bekende politici en voetballers. “We zijn ambulante fantasieën. Ze gebruiken je zolang ze zin hebben en dan word je afgedankt”, zegt Fenix.

Collega Hyllari ziet een belangrijk verschil met vrouwelijke prostituees. “Als iemand een vinger naar ons uitsteekt, slaan we ‘m in elkaar. Travestieten zijn niet zo nederig als veel vrouwen. Je moet sterk in je schoenen staan om dit leven te kunnen leiden.”

Later dit jaar keert Hyllari terug naar ons land. De gespaarde 15.000 euro ging op aan de ziekte van haar net overleden vader, die haar als 14-jarige nog uit huis zette toen ze uit de kast kwam.

“Het wordt tijd om een blonde Hollander te trouwen,” flirt hij. En als dat niet lukt? “Dan word ik een oude alleenstaande travestiet. Ik heb niemand nodig om gelukkig te zijn.”

zondag, juni 14, 2009

Column Krekels

Uit De Telegraaf.
-----------------------------------------------------------------------------------
Een lapje Amazonewoud voor jezelf, wie wil dat niet? Om dat te regelen geldt in Brazilië een klassieke truc. Het werkt als volgt. Eerst schrijf je op een rol blanco perkament in sierlijke letters dat die publieke grond eigenlijk al eeuwen bezit van jouw familie is.

Dan berg je die op in een lade of schoenendoos met wat hongerige krekels. De diertjes hun werk laten doen en ziedaar: een vergeeld eigendomsbewijs met afgeknabbelde randjes. Net echt! Nog even wat stempels zetten en klaar is João.

De gevleugelde term voor dit landjepik is 'grilagem', naar het Portugese woord voor krekel. Het bekendste geval komt voor rekening van ene Carlos Medeiros, een grootgrondbezitter die in werkelijkheid nooit bestaan heeft.

Toch bezat hij op een goede dag een stuk Amazonegebied ter grootte van Duitsland. Hadden zijn voorouders van de Portugese kroon gekregen, zo wisten oplichters 'aan te tonen' met hulp van wat krekels.

Door dit soort praktijken is de landverdeling in het Amazonewoud natuurlijk een puinhoop. Maar daar wordt aan gewerkt. Het parlement is akkoord gegaan met een pardonregeling die het pas twee jaar oude rurale kadaster op orde moet brengen.

Honderdduizenden privéclaims op land van de Braziliaanse staat (zo groot als Duitsland en Italië samen) worden in een klap gehonoreerd. Het gaat om percelen tot 1500 hectare. Daarvan worden de kleinere gratis weggeven en de grotere verkocht. Als zwart op wit staat wie welk stuk woud bezit, kan illegale houtkap beter worden bestreden, zo is het idee.

Maar milieubeschermers zijn woedend over het pardon. 'Dit is het krekeldecreet! Misdaad wordt beloond!' Toch zullen lang niet alleen malafide lieden profiteren. Veel kleine boeren die door de regering zelf naar de Amazone zijn gelokt, zijn na tientallen jaren nog steeds niet formeel eigenaar van hun land.

Het venijn van het pardon zit hem in de details. Zo hoeft de eiser niet op het geclaimde land te leven. Ook diepgaand onderzoek naar de papieren is niet nodig. En de grond mag na drie jaar worden verkocht. Ideaal voor krekelliefhebbers, aldus de groenen.

President Lula kan de scherpe randjes van het krekeldecreet komende week nog vetoën.

vrijdag, mei 15, 2009

São Paulo de straat op

Uit de krant van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------
“Je kunt hier dagenlang onopgemerkt dood op straat liggen.” Het was voor de diplomatenvrouw even wennen aan de residentie in de villawijk Morumbi in São Paulo.

Ze kijkt uit op een tientallen meters hoge muur van de overbuurman. Ook een blokje om lopen om de buren te leren kennen heeft weinig zin. Als er al een stoep naast de weg ligt, is het een mijnenveld. Met de auto ben je immers ook zo in de supermarkt.

Waar Zuid-Amerikaanse metropolen als Rio en Buenos Aires borrelen van het leven op straat, vormt São Paulo een extreme uitzondering. De bewoners zijn vies van hun eigen openbare ruimte.

Ok, de stad is geen toppunt van schoonheid en een strand heeft ze ook al niet. Maar het klimaat is lekker en er groeit zo randje tropen toch aardig wat groen in de betonnen jungle.

Het kan de ‘paulistanos’ niet bekoren. Verschanst in anonieme woontorens, kruipen ze bumper aan bumper van parkeergarage naar parkeergarage de stad door.

De jongste trend: privébossen achter de hekken planten, teneinde de bewoners de tocht naar zo'n eng publiek park te besparen.

Het stadsbestuur doet zo nu en dan een poging om de bevolking samen de straat op te krijgen. De meest geslaagde is een jaarlijks spektakel dat deze maand voor de vijfde maal werd georganiseerd, de Virada Cultural.

Dit is een 24-urige cultuurmarathon van achthonderd optredens door de hele stad. Plots liepen er vier miljoen mensen op straat!

Het verlaten centrum bleek over onvermoede charmes te beschikken. Historische gebouwen begonnen spontaan te glimmen van zoveel aandacht.

Er was veel politie op de been en voor de verandering functioneerde het openbaar vervoer ’s nachts. Van pleinvrees was spontaan niets meer te merken. Voor herhaling vatbaar, burgemeester!

Wie zich wil vergapen aan de overweldigende lelijkheid van São Paulo, kan van 30 mei tot en met 23 augustus terecht in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. De tentoonstelling heet ‘Brazil Contemporary’.

Narconijlpaarden

Column van een tijdje terug.
-------------------------------------------------------------------------------------
Het zal je gebeuren als nijlpaard. Eerst zet een of andere halve zool met te veel geld je ongevraagd op een vliegtuig naar Colombia. Ben je net een beetje gewend aan je nieuwe thuisland, openen ze de jacht op je als ongewenst vreemdeling. Muchas gracias!

Het is allemaal de schuld van Pablo Escobar, de schatrijke drugsbaron die zijn landgoed Napoles zo nodig moest omtoveren in een safaripark. Ver van de Serengeti liet hij Afrikaanse olifanten, giraffes, leeuwen en vier nijlpaarden ronddartelen tussen zijn cokevliegtuigjes, dinosaurusbeelden en jetski’s.

Met de dood van Escobar in 1993 werd het leven van de dieren nogmaals op zijn kop gezet. De meesten vonden onderdak in dierentuinen, maar twee hippo’s pasten daarvoor. Het eigenzinnige duo was met geen stok uit de tropische meertjes van het dode baasje te krijgen.

In de jaren die volgden raakte de hacienda in verval en konden de roze kolossen zich uitleven tussen de overwoekerde ruïnes. Door familie-uitbreiding zijn de Colombiaanse nijlpaarden tegenwoordig met een stuk of twintig. Het is alleen gedaan met hun rust, want het landgoed is anderhalf jaar geleden veranderd in een pretpark.

Een verliefd stel hippo’s besloot al die polonaise aan het lijf niet af te wachten en maakte zich nog voor de opening uit de voeten. Het paar stoomde vrolijk op naar de Rio Magdalena – zeg maar de Rijn van Colombia – en kreeg onderweg een kalfje.

Helaas loopt het avontuur niet goed af. Paps en mams verloren elkaar uit het oog en het mannetje, schoon aan de haak zo’n anderhalve ton zwaar, leefde een tijdje triest alleen onder een brug.

Daar kreeg het temperamentvolle Afrikaanse dier het aan de stok met vissers die een rotherrie maken met motorboten. Ook koeien die zich op ‘zijn’ territorium wagen, zijn hun leven niet zeker. Reden voor boeren om het vuur op hem te openen.

Een club natuurbeschermers heeft nu opdracht gekregen om het dolende trio in de kraag te vatten. Ze zetten daartoe ijzeren kooien vol gras, bananen, sla, kool en wortels in struikgewas op de oever.

Wie een mooi plekje weet voor de arme ‘narconijlpaarden’, kan zich melden via www.fvsn.org.